"De Majoor pakte mijn arm en ik liep met haar mee"

Al-Hamid over zijn ontmoeting met Majoor Bosshardt

9 jaar sliep Al-Hamid de meeste nachten per week in een oude bus op straat in Amsterdam. Deze bus was zijn woning en kantoor. Een bijzondere ontmoeting met Officier van het Leger des Heils Majoor Bosshardt zette zijn leven op zijn kop. Een nieuwe weg werd ingeslagen, een die leidde naar een totaal ander leven.

Alida Bosshardt

Kerstnacht met Majoor Alida Bosshardt, de majoor zingt met gespreide armen kerstliederen, Nederland

Alle rechten voorbehouden

Al-Hamid werd geboren in Marokko. Door de echtscheiding van zijn ouders, werd hij samen met zijn broer bij zijn oom ondergebracht. ‘Gedumpt’ noemt hij het zelf. Zijn vader vertrok naar Nederland en toen Al-Hamid 6 jaar was, kwam hij ook naar Nederland. Deze slechte start heeft hem in de jaren die volgden parten gespeeld. Het lukte hem niet om zijn draai te vinden in Nederland. Relaties met vriendinnen mislukten keer op keer, hij maakte schulden, raakte verslaafd aan harddrugs, alcohol en gokken en belandde op straat. Om zijn verslavingen te financieren werkte hij hard. Overdag als koerier, ‘s middags op de markt en ‘s nachts in de onderwereld. Slapen deed hij in zijn bus of bij vrienden.

Parkeerwachter
De dag dat hij Majoor Bosshardt ontmoette herinnert Al-Hamid zich nog als de dag van gisteren. Het was een winternacht in 1998. Het vroor en hij zat in zijn bus. Hij sliep daar met grote regelmaat. Soms kon hij slapen bij vrienden, maar meestal stookte hij zijn bus warm en trok hij de drie slaapzakken die hij had over zich heen. Op het moment dat de Majoor aan aankwam zat Al-Hamid met vrienden te gokken in de auto. Door het raam zag hij iemand naderen. Woede ontstak in hem, weer zo’n parkeerwachter die hem op de bon zou slingeren. Hij had geen zin in nog meer problemen, zijn inkomen ging maandelijks al naar de vele schuldeisers. In die parkeerwachter zag hij nòg een persoon die hem zijn brood afhandig wilde maken. Al-Hamid pakte zijn lamp en verliet de bus, klaar om deze man te overtuigen dat hij hem deze nacht moest overslaan.

Ontmoeting met de Majoor
Toen hij de persoon naderde zag hij dat het niet ging om een parkeerwachter, maar een oude vrouw. Al-Hamid: “Dit bleek een oma! Toen ik haar naderde verdwenen mijn heftige emoties, mijn boosheid en verontwaardiging. In een paar seconden schakelde ik van een man vol agressie naar een man vol liefde. Ik dacht nee El-Hamid, hier ga je echt niet brutaal tegen doen!”

Majoor Bosshardt had de man al een tijdje in de gaten, slapend in een bus terwijl het buiten vroor. Al-Hamid: “De Majoor pakte mijn arm en ik liep met haar mee. Ik voelde mij een huichelaar, vertelde haar dat ik een moslim was.” Het enige wat ze zei was dat hij zich niet druk moest maken want de kerk is er voor iedereen. “Ik werd helemaal gek op dat moment, al mijn vooroordelen over Hollanders en het christendom smolten als sneeuw voor de zon. Ik wist mij geen houding te geven.” Van de Majoor kreeg hij dekens, soep en brood.

Deze ontmoeting heeft een balletje doen rollen voor Al-Hamid om iets te gaan doen met zijn leven, weer een goed mens te worden en hulp te accepteren. Hulpverlening zag hij tot dan toe als een verlengstuk van justitie. Hij ging bewust anders om met mensen in zijn omgeving. Vaak teleurgesteld door de Nederlandse maatschappij en het gevoel dat iedereen in Nederland hem altijd tegenwerkte, maakte dat hij Nederlanders niet zag als zijn naasten. Daar kwam verandering in.

Het lukte hem in de jaren die volgden – met vallen en opstaan- om van al zijn verslavingen af te komen en met hulp van instanties als de Tussenvoorziening weer een dak boven zijn hoofd te krijgen.

Islam
Ook ging hij zich verdiepen in de Islam. Gevoed door een grote angst voor de dag des oordeels, probeert hij te leven volgens de regels van deze godsdienst. “Het is niet aan mij om te oordelen over wie goed of kwaad doet. Dat kan ik aan Allah overlaten. Ik moest dat echt afleren. Ik kon mij snel opwinden over het gedrag van een ander, maar ik ben rustiger geworden. Ik heb ook fouten gemaakt in mijn leven en het is niet aan mij om het gedrag van iemand anders te veroordelen. Daarom zie ik iedereen als mijn naaste, Hollanders, christenen, het maakt niet uit. Als je goed bent voor je buurman, is hij ook goed voor jou. Ook de Majoor zag iedereen als haar naaste. Ik voelde dat haar intenties oprecht waren, ze had tijd voor mij en gaf mij het gevoel dat ik de moeite waard was. De genegenheid waar het vroeger aan ontbrak, voelde ik ineens van een christen. Juist van iemand die heel ver van mij afstond moest ik die liefde ontvangen.”

Regelmatig kwam hij Majoor Bosshardt nog tegen op straat, hopend dat ze hem zou herkennen. Maar die indruk had hij niet. Hij had haar graag laten weten wat ze voor hem heeft betekent.

Roken
Elke dag staat Al-Hamid stil bij het feit dat hij van al zijn verslavingen af is en een dak boven zijn hoofd heeft. Het enige wat hij nog wil is stoppen met roken. “Roken is strafbaar van Allah, je hebt het lichaam te leen gekregen van Hem en het moet schoon zijn op de dag des oordeels.”

Alle rechten voorbehouden