Een kruisje en een kusje…

Overpeinzingen op een bankje in de schaduw

Ik zit in een kerk, een van de vele langs de Camino, maar een van de weinige die open zijn. Fiets tegen de muur, even weg van de ‘snelweg’, de drukte van het stadje waar ik zonet aangekomen ben. Stilte, koelte, donkerte, ingetogenheid… even bedanken dat ik op eigen kracht tot hier heb mogen komen.

León -

Weer buiten in het schelle zonlicht teruggekeerd zie ik twee meisjes voorbij lopen. Mooie bakvisjes. Haast automatisch slaan ze een kruisje, afgerond met een vluchtig kusje op hun vingers. Zoiets verwacht je van oude vrouwen, maar toch niet al op deze leeftijd!? Het resultaat van een gedegen religieuze opvoeding? Rigoureus doorgevoerde indoctrine – mag je dat zo wel zeggen..? Hoe dan ook, het treft me. Het leidt me in gedachten zelfs terug naar mijn eigen jeugd.

Christelijke normen en waarden...
Op een bankje in de schaduw tegenover de kerk laat ik de beelden en herinneringen binnenstromen en schrijf ze op. Mijn vroegste kindertijd was een probleemloze, stabiele periode van absolute, christelijke normen en waarden, waarmee ik thuis, in de kerk én op school geconfronteerd werd, in een haast perfecte continuïteit. We werden grootgebracht door een almachtige, alwetende organisatie die de zaken des levens tot in alle details regelde. Er was nog geen tv om ons in aanraking te brengen de ‘zondige buitenwereld’. De pastoor en de meester op school waren onze enige entertainers. En voorbeelden. De immense indrukken en prikkels waarmee de huidige jeugd door de media bestookt wordt – Cupido is er niets bij… – bleven ons bespaard.

... de diepere zin van het leven...
Voeg hieraan nog eens toe dat mijn oom voor priester studeerde, en ik mij jarenlang in de kerk én in het zusterklooster, schuin tegenover ons huis, als misdienaar over het priesterkoor repte, dan schets ik hiermee in grote lijnen een beeld van een kind dat opgroeide zonder zich moeilijke vragen te hoeven stellen over hoe de wereld in elkaar stak. De diepere zin van het leven was de kerk. Daarover bestond bij mij niet de geringste twijfel. De eerste vraag van de katechismus, die we helemaal uit het hoofd behoorden te kennen, luidde niet voor niets: "Waartoe zijn wij op aaarde?" Antwoord: "Wij zijn op aarde om God te dienen en hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn." Dit leerde ik bijna zestig jaar geleden... en ik weet het nog steeds. Eenvoudiger kon gewoon niet. Zo was het, en niet anders.
Thuis speelden we ‘misje’; ik was de priester en mijn jongere broertjes en mijn zusje moesten muisstil toekijken en zich oefenen in de gedragscodes van kerkgangers. Alles was duidelijk, dogmatisch afgebakend. De minste innerlijke scepsis hierover werd beschouwd als zonde, ontluikende afvalligheid, en betekende zonder meer een onmiddellijke gang naar de biechtstoel.

Vlekjes wegwerken
Die biechtstoel oefende een danige invloed uit op je latere ontwikkeling. Als mens was je nu eenmaal per definitie een zondig wezen. De erfzonde, permanent schuldbesef… het werd erin gehamerd en met zorg in stand gehouden. Hoe goed je ook je best deed, er zaten tóch altijd nog vlekjes op je ziel. De enige manier om die weg te werken was een biechtstoel in te duiken en daar, in het griezelige halfdonker, aan een schimmige priester aan de andere kant van een houten roostertje je misstappen op te sommen, die vervolgens door hem weggezegend konden worden in ruil voor een geringe boetedoening.
Natuurlijk beging je als kind geen zware zonden. Je had wel eens een snoepje uit het rode trommeltje gegrist, of een koekje ‘gestolen’, ruzie gemaakt met je broertje (die zo handig kon treiteren dat hij zelf altijd vrijuit ging…), en … ‘onkuisheid’ begaan, ofwel, met andere woorden, aan je plassertje gezeten op een andere locatie dan de wc. Alles wat maar enigszins naar genot rook, was weggestopt zich in een sfeer van zondigheid en diende per ommegaande opgebiecht te worden. Privacy? Ik kende het woord niet eens.
Die gretig luisterende man aan de andere kant van dat houten roostertje beïnvloedde ook je latere levensloop van puber en adolescent, waarbij logische vraagstukken als zoenen en ‘vrijen’ steeds nadrukkelijker een rol begonnen te spelen: … is een tongzoen een dagelijkse zonde of een doodzonde? Om over echte seks nog maar helemaal te zwijgen. Dat hoorde in het huwelijk thuis. En verder geen gezeur.

Bevrijding...
Het duurde vrij lang voordat ik me uit deze religieuze omklemming durfde te bevrijden om mijn eigen plan te trekken om geen willoos schaap in de kudde meer te zijn; de durf vond om zelf de levensweg uit te zetten naar mijn eigen toekomst en die van mijn gezin. Los van allerlei onzinnige géboden en vèrboden – geformuleerd door een stelletje hoogbejaarde, paars getoogde, bewust ascetische vrijgezelle mannen in Rome – maar puur op basis van persoonlijke verantwoordelijkheid en levensvisie. Zonder overigens daarbij de kern van het geloof uit het oog te verliezen. Mijn geloof in God is steeds rotsvast overeind gebleven.

Dat was dertig, veertig jaar geleden. Intussen zijn maatschappij en kerk in veel opzichten van elkaar weg gedreven. De rol van de kerk werd overgenomen door de medische wetenschap: alles wat lekker is, was vroeger zondig, en nu ongezond…

Alle rechten voorbehouden

Media