De redding van mijn vader

Gerard Prins vertelt het bijzondere verhaal over de wonderbaarlijke redding van zijn vader vanuit het perspectief van zijn overleden broertje Joop.

Hallo, ik ben Joop Prins uit Voorhout, geboren in 1931. We woonden daar dicht bij Noordwijk aan Zee. Toen ik een jaar of negen of tien was, wilde ik wilde naar zee, maar gedurende de hele Tweede Wereldoorlog was het verboden om daar te komen. Het was namelijk Spergebiet.

De eerste keer dat ik naar zee ging, was op 24 juli 1945. Mijn twee zussen gingen mee en ook mijn vriend Joop Bots. We konden geen van beiden zwemmen. We liepen samen een stukje de zee in. Zonder dat we het wisten, liepen we precies tussen twee zandbanken in. En daar was een hele sterke stroming, een mui. We werden beiden meegesleurd naar open zee en zijn daar verdronken.

We zijn samen begraven vanuit de R.K. Kerk in Voorhout. Zoals gebruikelijk werden er bidprentjes uitgedeeld na de dienst. Mijn zus Nel had voordat de kist werd gesloten nog een haarlok van mij afgeknipt. Vader heeft die lok achter op het bidprentje bevestigd. Beide heeft hij heel zijn leven in zijn portefeuille bewaard. Hij had daar een bijzondere devotie voor.

Vader reisde elk jaar met de auto naar Zweden om bloembollen te verkopen. Op zekere dag is hij bijna verongelukt en in zijn nood heeft hij toen geroepen: ‘Joop, help mij”. En hij is geholpen. Later heeft hij vaak verteld dat hij onmogelijk kon verklaren dat hij er zonder kleerscheuren was afgekomen.

Vader is in 1977 gestorven. Hij zal nu wel weten hoe de vork in de steel zit.

En nu mag mijn vier jaar oudere broer Gerard deze relikwie bewaren. Ik hoop dat hij er goed voor zorgt.

 

 

Alle rechten voorbehouden