Op endorfine en serotonine naar Santiago

Heilige kracht wordt door beweging los gemaakt

In het voorjaar van 2010 fietste ik met compagnero Peter Mommers naar Compostela. Voor mij een test voor mijn lijf, immers: veel medicijnen, en je weet maar nooit wat zo'n zware tocht voor impact heeft op je lichaam. Maar het wonder geschiedde. Met dank aan Sint Jacob ben ik sindsdien bijna van alle medicijnen verlost.

We naderen Santiago de Compostela

Het is zonnig, zelfs zomer, want de temperatuur is minstens 32 graden. Het fietsen wordt allengs lichter, ook al wachten er nog een paar stevige klimmen, maar die honderd kilometer, dat gaat wel lukken, dat is zo goed als zeker. Eerst een korte drinkpauze, maar de bodem van de bidons is in zicht. Door: Gerard Staals

Alle rechten voorbehouden

De Camino: weg der wonderen?
In januari 2007 promoveerde de theologe Ineke Albert aan de Universiteit van Tilburg met het proefschrift ‘Heilige kracht wordt door beweging los gemaakt. Over pelgrimage, lopen en genezing’. In haar proefschrift kom je de Islam niet tegen, maar wel veel informatie over de christelijke theologie en de christelijke pelgrimstraditie, maar ook over de neurowetenschap en de bewegingswetenschap. Ze zegt tot het onderwerp van haar proefschrift gekomen te zijn tijdens een symposium in het Utrechtse Catharijneconvent dat daar in 2000 werd georganiseerd onder de titel ‘De weg der wonderen’. Tijdens dat symposium vertelt Herman Vuijsje, de omgekeerde Caminoloper, over zijn ervaringen als ‘pelgrim zonder God’ in 1989, toen hij te voet van Santiago de Compostela naar Amsterdam liep.
Omdat ze zelf in de jaren 1994-1999 talrijke Europese heiligdommen bezocht had en in vervolg daarop onderzoek verricht had onder Nederlandse pelgrims in Kevelaer, Lourdes en Medjugorje, is ze geïntrigeerd geraakt door twee opmerkingen van Vuijsje: Misschien is een pelgrimstocht heden ten dage dus een prima antidepressivum, en Het zou me niet verbazen als deze werking van de pelgrimstocht als antidepressivum ook in de Middeleeuwen al gold. Vuijsje maakte deze opmerkingen in verband met het effect dat langdurig lopen had op zijn gemoedstoestand.

Antidepressivum
Wat voor langdurig lopen geldt, is zeer waarschijnlijk ook van toepassing op langdurig fietsen. Immers, in beide gevallen wordt je bewegingsapparaat danig, en gedurende langere tijd, op de proef gesteld. En een pelgrim is een pelgrim, of hij nu loopt of fietst. Terwijl de kerken leeglopen, worden bedevaartsoorden steeds drukker bezocht. Elk jaar bezoeken meer mensen plaatsen als Santiago de Compostela of Lourdes. De populariteit van deze oorden is volgens Albers te verklaren door de helende werking van het lopen. Als mensen het hebben over de helende werking van het pelgrimeren, dan hebben ze het niet alleen over dat wat er in Lourdes en andere bedevaartplaatsen gebeurt, maar ook over de tocht ernaartoe. Lange voet- en fietstochten naar bijvoorbeeld Santiago de Compostela worden door pelgrims als heilzaam ervaren, sommigen spreken zelfs van een ‘antidepressivum’. Uit modern neuro-wetenschappelijk onderzoek blijkt dat in geval van chronische pijn en depressie het wandelen, (hard)lopen en fietsen leidt tot genezing als gevolg van de stimulering van de aanmaak van dopamine.

De spirituele betekenis van het lopen, c.q. fietsen wordt veroorzaakt door een verhoging van de dopamineactiviteit. Na een tijdje lopen ervaart je lichaam de intensieve fysieke inspanning als een fysiek stressvolle situatie en begint hiertegen de neurotransmitter endorfine aan te maken. Endorfine wordt beschouwd als de natuurlijke pijnstiller van het lichaam en veroorzaakt gevoelens van welbehagen en euforie. Het endorfinesysteem stimuleert na verloop van tijd ook het dopaminesysteem. Dopamine is een neurotransmitter die in eerste instantie betrokken is bij de bestrijding van onaangename, depressieve gevoelens. Wanneer je niet depressief bent en het dopaminesysteem toch geactiveerd raakt, slaat het effect van dopamine door naar de andere kant: in plaats van niet meer depressief, voel je je vrolijk, opgewekt en zelfs hyper. Dit zou je kunnen ervaren als iets welhaast spiritueels. Een soort van trance.

Het zijn precies de ervaringen die ik dagelijks ondervond na afloop van urenlang fietsen onder vaak extreme omstandigheden. Hoe uitgeput ik soms ook ‘de finish’ bereikte, een uur later, na een douche, schone kleren, een drankje etc., voelde ik me meestal volledig hersteld, zelfs al voelde dat mijn dijbeenspieren er flink van hadden gelust. Wel moe, en toch ook weer niet. Licht in mijn lijf, en licht in mijn hoofd. In ieder geval opgewekt en nog vol energie. Nu ik al een tijd terug ben uit Santiago ben ik me meer gaan verdiepen in de paradox ‘zware inspanning’ in combinatie met ‘toch vol energie’. De biochemische en neurologische processen die tijdens het langdurig fietsen plaats vinden moeten minstens van invloed zijn op mijn lichaam en geest, denk ik maar als eenvoudig amateur onderzoeker. Met wat muisklikken ben je in een paar minuten al aardig op de hoogte van de effecten die zware inspanning teweeg brengt in je lijf.

Endorfine, serotonine en adrenaline 
Voor duursporters is de belangrijkste stof die door het lichaam wordt aangemaakt is endorfine, waarbij ’endo’ staat voor ‘inwendig’. Endorfine is de natuurlijke variant van morfine en heeft dus een aantal overeenkomsten. De stof is euforiserend, pijn onderdrukkend en verslavend. In tegenstelling tot morfine is endorfine prestatie verhogend terwijl morfine (dus) de prestatie verlaagt. Dat langdurige fysieke inspanning kan leiden tot een zekere euforische roes, heb ik meermaals ervaren in de vijf weken dat ik op de fiets zat.
Een andere stof die het lichaam vrij maakt tijdens aanhoudende krachtsinspanningen is serotonine. Het is een neurotransmitter die onder andere is betrokken bij de ontwikkeling van stemming, zelfvertrouwen, emotie, seksuele activiteit en eetlust. Het speelt tevens een rol bij de verwerking van pijnprikkels. Serotonine heeft een exciterende werking en werkt als regulator van het dopaminesysteem. Een ander hormoon dat aangemaakt wordt tijdens duursporten, en specifiek bij beoefenaars van de wedstrijdsport, is adrenaline. Ook deze is pijn onderdrukkend en prestatie verhogend, maar werkt niet altijd. Niet dat ik fietsen naar Compostela als een wedstrijd gezien heb, maar ‘winnen’ (= aankomen), dat wilde ik absoluut.

Terug naar Ineke Albers en haar proefschrift ‘Heilige kracht wordt door beweging los gemaakt. Over pelgrimage, lopen en genezing’. Als mensen dus dergelijke positieve effecten van bewegen ondervinden, is het dan niet aan de moderne theologie om een ritueel als de pelgrimage volledig te accepteren als zinvol religieus ritueel? Het is Albers te doen om een meer antropologische, een menselijker theologie. Ze wil ‘het filosofische waterhoofd van de theologie onderbouwen met een stevig lichaam dat met twee benen op de aarde staat.’
Daarvoor vindt ze steun in de moderne inzichten van de psychoneuroimmunologie. Daaruit blijkt de eenheid van de mens in ziekte en gezondheid. De gedachte van de mens als een eenheid van lichaam en ziel was gebruikelijk in verschillende richtingen van het christendom tot aan de Verlichting, toen het werd vervangen door het Cartesiaanse dualistische mensbeeld waarin een scheiding van lichaam en geest werd gemaakt en de geest op de troon werd gezet. Op basis van de resultaten van psychoneuroimmunologie kan de oudchristelijke opvatting van een eenheid van lichaam en geest in de eenentwintigste eeuw worden hersteld vanuit medisch en theologisch standpunt. Beide wetenschappen onderkennen nu dat de geest lichamelijk is en het lichaam geestelijk.

Leven de endorfinen!
Niet dat ik met die gedachten en wetenschappelijke onderbouwingen in mijn achterhoofd dagelijks op de fiets stapte tussen 24 april en 24 mei - bovendien ben ik me pas na afloop van de pelgrimage in deze aspecten van het fietsen gaan verdiepen -, maar dat het interessante gezichtspunten zijn, en bovendien nog wetenschappelijk verantwoord, dat vind ik het interessante van het verhaal. De conclusie moet daarom wel zijn dat ik Santiago de Compostela alleen heb kunnen halen op basis van mijn dagelijkse portie drugs: endorfine, serotonine en adrenaline. Gratis en voor niks door me zelf gefabriceerd. Legaal. En kerkelijk goedgekeurd.
Ik ga het verhaal nog sterker maken. Een jaar geleden gebruikte ik dagelijks, en dat al vanaf 2000, verschillende reumamedicijnen: 1 tablet Meloxicam, 4 tabletten Sulfasalazine en 1 injectie met Kineret, een TNF-alpha remmer. Op dit ogenblik, het is eind augustus 2010, gebruik ik nog slechts 1 tablet Meloxicam. Alles in goed overleg met mijn reumatoloog uiteraard. Of het allemaal komt door de automatische aanmaak van al die lichaamseigen drugs, weet ik niet. Maar het zou zo maar kunnen. Leve de endorfinen! Met dank aan de Morendoder uit Santiago de Compostela.

Ontwenningsverschijnselen
Hoe het ook zij, de weg naar Santiago de Compostela heeft me veel opgeleverd, niet alleen die - voorlopig? - betere gezondheid. Het heeft me geleerd dat doorzettingsvermogen je letterlijk ver kan brengen. On the Road, binnen een historische, religieuze en culturele dimensie die zijn weerga in de wereld niet kent, letterlijk in het spoor van de miljoenen die je voor gingen. Niet zo maar een tocht. Een tocht die me over grenzen heen tilde, niet alleen door het beklimmen van de koude en mistige Ibañeta in de Pyreneeën die me tot in Roncesvalles bracht. Een tocht die me daarna in hete hellevaarten naar het Cruz de Ferro en Cebreiro bracht. En ten slotte naar de Sterrenvelden van Santiago en het einde van de wereld in Fisterra. Bijna 2500 kilometer fietsen, samen met Peter Mommers, een altijd opgewekte fietser die me in ieder geval figuurlijk weer in het zadel hielp als ik ’s morgens tijd nodig had om in vorm te komen. Of die diende als richtpunt als ik ver beneden hem, ploeterend op de zoveelste beklimming, deze fietstocht vervloekte als ware het de duivel zelf die deze weg had aanbevolen.
Het was een Odyssee, mijn Odyssee. Die ik zowel vooraf als achteraf niet gemaakt kan hebben. Althans, zo kijk ik er op dit ogenblik tegenaan. Het is onmogelijk. Ik kan eenvoudigweg nog steeds niet geloven al die oude pelgrimswegen zelf gefietst te hebben. Ze moeten me het vertellen. En ik ben graag bereid het allemaal te geloven. Alleen in mijn dromen ben ik nog steeds On the Road. No Requiem for a dream.
En nu? Thuis. Ithaka. Grubbenvorst. Na vijf duizend kilometer. Waarvan de heenreis fietsend. En de andere helft vliegend als toerist retour. De cirkel is rond. Ontwenningsverschijnselen? Zeker.

I never dreamed that first night at home […] that it would start over again, the road, the whirlwind road, more than I ever in my wildest imagenings foresaw.

Het zijn de laatste woorden van Jack Kerouac’s hallucinerende On The Road, halverwege the original scroll, die pas vijftig jaar na dato, in 2007 dus, werd uitgegeven. Na die laatste zin van het eerste deel wil ik niet met hem verder reizen. En parafraseer er daarom maar ongebreideld op los, je moet toch wat: I still dream that it will start again, the road, the whirlwind road, more than I ever in my wildest imaginings foresaw.

Alle rechten voorbehouden

Media