Object

Glas met spijziging hongerigen

De Johannieters en het Catharijneconvent

Deze glasschildering uit 1556 draagt de spreuk 'moderata durant' van de johannieter Wolter van Byler. Wie was die man en waarom 'het spijzigen van hongerigen'?

Glas met spijziging hongerigen

Door Johannieter Wouter van Bijler, Utrecht 1556, ABM v94e, collectie Museum Catharijneconvent, Utrecht

Alle rechten voorbehouden


De man en zijn spreuk.
Wolter van Byler was tussen 1551 en 1560 balijer - hoofd - van de Nederlandse afdeling van de johannieter-ridderorde met als commanderij het Catharijneconvent. De johannieters hadden zich aan het begin van de 12e eeuw gevestigd in de balije Utrecht. Uit het jaar 1122 dateert de bevestiging van het stadsrecht door keizer Hendrik IV, dat door acht johannieters als getuigen mede werd ondertekend. De johannieters hadden een klooster met kerk en ziekenzaal op het huidige Vredenburg. Toen keizer Karel V in 1528 de politieke macht van de bisschop van Utrecht overnam, liet hij op het terrein van de johannieters de dwangburcht Vredenburgh bouwen. Ter vervanging van hun oude bezit kregen zij de onvoltooide gebouwen van de karmelieten toegewezen. Sinds 1529 bewoonden de johannieters dat half afgebouwde klooster aan de Lange Nieuwstraat. Wolter van Byler was een van de balijers die dit klooster luisterrijk lieten uitbouwen tot het Catharijneconvent met ziekenzaal.
Wolter van Byler had als devies moderata durant: gematigde zaken klijven. Deze spreuk staat ook op zijn grafsteen in het koor van de Catharijnekerk en op een groot glasraam in de Goudse Sint Janskerk, geschonken door Wolter van Byler. De maker ervan, Jan van Zijl, is wellicht ook de ontwerper van het 'Glas met spijziging hongerige', voorstellende een grijsaard die brood laat uitdelen aan een lamme bedelaar en aan een vrouw. Een afbeelding als deze was in het Catharijneconvent op zijn plaats: de johannieters hadden als hoofdtaak het huisvesten en spijzigen van de zwakke mens.
In het midden van de zestiende eeuw waren er meer dan dertig armeninstellingen in Utrecht waarvan ongeveer de helft als uitdeeladres. Het Catharijnegasthuis deelde elke maand 2000 roggebroden uit. Met de Reformatie in 1580 werd de katholieke godsdienstuitoefening in Utrecht verboden. De johannieters mochten van de Staten van Utrecht hun bezittingen niet houden. Om een internationaal conflict met het hoofd van de orde op Malta uit de weg te gaan, werd niet meteen alles in beslag genomen. Wel werd het intreden van nieuwe kloosterlingen verboden en werd door de Staten van Utrecht een rentmeester aangesteld. Dat betekende een langzaam einde voor de Utrechtse johannieters. De maatschappelijke functie van de orde bleef met het hospitaal voortbestaan, maar het religieuze karakter van het klooster begon te verdwijnen. Aan het begin van de zeventiende eeuw was de originele kloosterbevolking geheel uitgestorven. De bezittingen vervielen aan de overheid.

Honger en armoede. Overdaad.
Weet de Nederlander wat honger lijden is? Elke dag voedsel zoeken om te kunnen overleven? We kennen de beelden uit landen met verdorde velden en stervend vee.
Af en toe zien wij een dakloze zwerver zoeken in een vuilnisbak: hij vindt halfverorberde hamburgers van te dikke mensen. Is een herleving van bewust vasten wenselijk om weer een besef op te bouwen over het wat en hoe van ons voedsel?
Voor sommigen onder ons is het letten op de kwaliteit van het voedsel, zoals biogewassen, natuurlijke producten, een pure luxe. Het aantal voedselbanken groeit, de (gaar-)keukens voor thuislozen en andere behoeftigen hebben aan klanten geen gebrek.
En wat verder van huis? We maken geld over voor directe noodhulp maar het percentage voor ontwikkelingssamenwerking staat zwaar onder druk. Ontvangen de producenten van ons voedsel uit verre landen een eerlijke prijs zodat hun armoede vermindert?
De buurman links lijdt aan een tekort, de buurman rechts aan een te veel.
De johannieters kenden als taak het spijzigen van de zwakkeren onder ons.
Zijn wij niet allen johannieters?

Alle rechten voorbehouden

Media